Zelfpraat van een roker die me aan het roken hield

Een aansteker naast een koud kopje koffie op een vensterbank op kantoor

De zin die ik het vaakst gebruikte, sprak ik nooit hardop uit. Het was een kletsnatte dinsdag, nog geen negen uur ’s ochtends, en ik stond bij het kantoorraam met een sigaret tussen twee vingers en mijn computer die achter me opstartte. De radiator tikte, het raam stond op een kier, en ik zei tegen mezelf hetzelfde als al jaren: “Ik heb dit nodig om op gang te komen.”

Ik begon met roken toen ik 19 was. Tegen die tijd deed ik het al 27 jaar. Op mijn slechtst rookte ik ongeveer 40 sigaretten per dag. Mijn vrouw begon op haar 18e, en tussen ons beiden had roken zijn weg gevonden naar bijna elke kamer van ons volwassen leven. Kantoor. Keuken. Balkon. Auto. Wat alles gaande hield, was niet alleen nicotine. Het was de taal waarmee ik nicotine omhulde.

“Ik heb dit nodig om op gang te komen.” Dat was de ochtendzin. Hij klonk praktisch, bijna fatsoenlijk. Geen plezier. Geen drama. Gewoon een kleine aanpassing, alsof je een stoel iets dichter naar je toe trekt voordat je gaat zitten. Ik gebruikte hem vóór ik mijn inbox opende, vóór lastige telefoontjes, vóór elke taak waar ik niet aan wilde beginnen. Ik zei tegen mezelf dat de sigaret me hielp nadenken, maar denken was nooit het deel dat beter werd. De sigaret gaf me een ritueel, een pauze, een doorgang tussen het ene en het andere.

Als iemand me toen had gevraagd waarom rokers blijven roken, had ik een van zulke nette zinnen gegeven en dat eerlijkheid genoemd. Dat maakte de zelfpraat van een roker zo effectief in mijn leven. Het klonk wijzer dan de kale zin eronder: ik had mezelf aangeleerd bijna alles met een sigaret te beginnen.

“Vandaag is niet de dag.” Die zin dook meestal rond lunchtijd op. Een gespannen e-mail. Een vertraagde betaling. Slecht weer. Goed weer. Te veel werk. Te weinig slaap. Er was altijd wel iets dat kon dienen als reden om het stoppen uit te stellen. Ik noemde dat natuurlijk niet uitstellen. Ik noemde het realistisch zijn.

Die zin ging met me mee naar huis. Mijn vrouw stond in de keuken, mijn zoon in de kamer ernaast toen hij nog klein was, en ik liep naar het balkon terwijl ik mezelf vertelde dat ik zou stoppen met roken als het leven rustiger was. Het leven werd niet rustiger. Het werd langer. Dat is niet hetzelfde. 27 jaar kan verdwijnen in zo’n zin. Net als acupunctuur, hypnose, therapie, pleisters, het boek van Allen Carr, kruidensigaretten die naar een vochtige kast roken, en alle andere pogingen die ik onderweg had opgestapeld.

“Ik geniet er nog steeds van.” Dat was de zin die uiteindelijk vals begon te klinken in mijn eigen oren. Ik herinner me die avond omdat er niets dramatisch gebeurde. Koude thee op tafel. De asbak weer vol. Het appartement droeg die muffe rooklaag waaraan mijn gezin gewend was geraakt. Ik stak nog een sigaret op en hoorde de zin bijna op tijd weer opduiken.

Toen had genieten er al nauwelijks nog iets mee te maken. Ik proefde niets bijzonders. Ik liet me niet meevoeren door een of ander persoonlijk genoegen. Ik hield een patroon in stand. Aansteken. Trek nemen. Uitdrukken. Balkondeur open. Balkondeur dicht. Aansteker zoeken. Herhalen. Wanneer een gewoonte lang genoeg ruimte in je dag inneemt, begint die woorden te lenen die er niet meer bij horen. Genieten was zo’n woord.

Dat was mijn keerpunt. Geen groot voornemen. Geen ritueel rond de laatste sigaret. Alleen de plotselinge schaamte omdat ik mijn eigen tekst zo duidelijk hoorde dat ik het niet meer kon geloven. Die drie zinnen hadden jarenlang op me ingewerkt. Ze lieten de gewoonte nuttig, tijdelijk en zelfgekozen klinken. Nuttig in de ochtend. Tijdelijk tegen de middag. Zelfgekozen ’s avonds. Dat is een sterke vermomming.

Toen ik dat eenmaal zag, werd er iets stiller in mij. Ik voelde me niet heldhaftig. Ik voelde me minder beetgenomen. De sigaretten hadden niet alleen mijn lichaam getraind. Ze hadden ook mijn rechtvaardigingen getraind. Elke keer dat ik er een opstak, had ik een zin klaarstaan om die handeling langs mijn geweten te loodsen. Dat zien loste niet alles in een dag op. Het deed iets beters. Het maakte me eerlijk.

Ik herinner me nog steeds het kantoorraam, de kier van koude lucht, het laptopscherm dat achter me oplichtte. Ik herinner me de balkondeur thuis. Ik herinner me de asbak die niet langer lelijk leek omdat hij gewoon onderdeel van de inrichting was geworden. Gewoontes leven in details. Dat geldt ook voor de zinnen die ze beschermen.

Geen van die zinnen gaf me een plan. Ze lieten alleen zien hoe stil een gewoonte kan spreken. Als je er ooit meer over wilt lezen, schrijft J. Freeman in zijn gids over de rustige weg.

🚀 Klaar om te stoppen met roken?

De SmokingBye-PDF biedt een rustige, stapsgewijze uitweg: geleidelijke nicotine-afbouw zonder stress en zonder terugval.

Download het plan en begin vandaag